Het primaire doel is om de toepasbaarheid te evalueren van vroege therapie effect evaluatie door het verrichten van vroege follow up beeldvorming na MR geleide percutane cryoablatie van pT1a NCC. Secundair doel is om de uitkomsten 3 maanden na MR…
ID
Bron
Verkorte titel
Aandoening
- Nieraandoeningen (excl. nefropathieën)
Synoniemen aandoening
Betreft onderzoek met
Ondersteuning
Onderzoeksproduct en/of interventie
Uitkomstmaten
Primaire uitkomstmaten
Positief en negatief voorspellende waarde van de MRI en
Indium-111-Girentuximab-DOTA SPECT scan verricht 4-6 weken na de behandeling.
Secundaire uitkomstmaten
Residu- en residiefvrije overleving na 3 maanden follow up.
Achtergrond van het onderzoek
Circa 2-3% van alle nieuw gediagnostiseerde kanker betreft niercelcarcinoom
(NCC). Ongeveer 90% van alle maligniteiten in de nier is een NCC, hiervan is
80% een heldercellig NCC. De laatste jaren is het aantal incidenteel
gediagnostiseerde NCC's gegroeid door het toegenomen gebruik van beeldvorming
van het abdomen. Hierdoor is het aantal kleine en lager gestadieerde NCC's
gegroeid de laatste jaren.
Cryoablatie
Op dit moment worden de meeste kleine niertumoren (<=7 cm) behandeld met nefron
sparende chirurgie. Hoewel partiële nefrectomie de nierfunctie beter behoudt in
vergelijking met radicale nefrectomie blijft onbedoelde schade van gezond
nierparenchym door een perprocedurele warme ischemietijd van de gehele nier een
nadeel van chirurgische behandeling. Ook brengt chirurgie significante
morbiditeit met zich mee en kan het gecontraindiceerd zijn in het geval van
eerder verrichte chirurgie, multiple tumoren in een ipsilaterale nier of
ongeschiktheid voor algehele anesthesie door comorbiditeiten. Daarom is de
laatste jaren de interesse in minder invasieve ingrepen, met name thermische
ablaties, toegenomen. Studies die het effect van cryoabalatie op tumor weefsel
bestudeerd hebben laten de gewenste resultaten zien. Klinische studies hebben
bewezen dat cryoablatie een veilige behandeling is met een laag risico op
complicaties en veel belovende resultaten. Ook de nierfunctie blijft met
cryoablatie goed bewaard.
Intraprocedurele beeldvorming
Om het invasieve karakter van de ingreep te minimaliseren en zo de post
interventionele morbiditeit te reduceren, wordt cryoablatie tegenwoordig
meestal percutaan uitgevoerd. Meest uitdagende bij deze benadering is om de
tumor adequaat en volledig te ableren om zo een residu van vitaal tumorweefsel
te voorkomen. Daarom is intraprocedurele beeldvorming uiterst belangrijk. Het
voordeel van CT beeldvorming is goede "real time" beeldvorming tijdens de
procedure. Nadeel is de blootstelling aan ioniserende straling. MR beelvorming
heeft alle voordelen van CT, maar maakt beeldvorming zonder gebruik van deze
straling mogelijk. Ook is de differentiatie tussen de gevormde ijsbal en andere
omliggende anatomische structuren beter in beeld te brengen door het gebruik
van MRI. Vanwege deze voordelen is intraprocedurele MRI de beeldvoming die onze
voorkeur geniet. De gerapporteerde technische succes- en complicatiepercentages
zijn goed, ongeacht welke beeldvorming er gebruikt wordt gedurende de
behandeling.
Follow up beeldvorming
Er is geen consensus over de follow up beeldvorming na percutane cryoablatie.
De huidige richtlijnen stellen dat het doel van follow up beeldvorming het
evalueren van het therapie effect en vroege en asymptomatische detectie van
terugkerende ziekte (lokaal recidief of afstandsmetastasen) moet zijn. Er
bestaat echter geen consensus over het te volgen beeldvormingschema in de tijd.
Dit komt met name door een gebrek aan studies en kwalitatief voldoende bewijs
welke schema's betreffende beeldvorming zouden moeten valideren. Daarom zijn de
huidige richtlijnen betreffende de beeldvorming in de follow up gebaseerd op
prognostische nomogrammen. Het ontbreken van een consensus leidt tot diverse
beschikbare richtlijnen die niet unaniem zijn en laten tevens veel over aan de
persoonlijke invulling van de behandelend uroloog. De Europese richtlijn stelt
dat de eerste beeldvorming gedaan moet worden 6 maanden na een ingreep met
daarbij de kanttekening dat mogelijk een stricter schema geïndiceerd is na
cryoablatie. In tegenstelling hierop stelt de Amerikaanse richtlijn een
strakker schema voor, waarbij het voorstel is om 3 en 6 maanden na cryoablatie
beeldvorming te verrichten. Daarentegen adviseren veel radiologen nog vroegere
beeldvorming om zo residu tumor weefsel in een vroeger stadium te
identificeren. Criteria voor weefsel verdacht voor residu tumor op follow up
beeldvorming zijn vastgesteld en worden veelvuldig gebruikt. Echter kan het
interpreteren van scans in een vroeg stadium na behandeling erg lastig zijn
door randaankleuring en groei van de geableerde leasie, welke niet per
definitie residu tumor aangeven. Daarom moet biopsy verricht worden om de
resultaten van deze beeldvorming te bevestigen.
Girentuximab
Een eerdere studie heeft het gebruik van Fluorine-18-Deoxyglucose Positron
Emission Tomography (FDG-PET) onderzocht om het effect te evalueren na
thermische ablatie van hepatische metastasen. Interessant is dat FDG-PET lokale
terugkeer/residu tumor eerder in beeld kon brengen dan de gebruikte
conventionele scans. Helaas heeft FDG-PET geen bewezen aanvullende waarde
binnen de diagnostiek naar NCC. Meer belovende resultaten zijn echter wel
waargenomen bij het gebruikt van Single Photon Emission Computed Tomography
(SPECT).
Carbonic Anhydrase IX (CAIX) is een cell surface antigeen in het geval van NCC
dat in hoge mate en homogeen tot expressie komt in >95% van de gevallen van
heldercellig NCC. Girentuximab (chimeric monoclonal antibody ofwel G250 of
cG250) heeft een hoge affiniteit voor het CA IX antigeen. Door deze specifieke
targetting van Girentuximab voor heldercellig NCC en de mogelijkheid om
heldercellig NCC in beeld te brengen, zeker wanneer het gebonden wordt aan
Indium-111, is Girentuximab reeds in gebruik als diagnostisch middel in het
geval van niertumoren om te differentiëren tussen benigne en maligne tumoren.
Ook is het bewezen efficient in het detecteren van nieuwe metastasen. Vanwege
het expressie patroon, wordt een aankleurende leasie op een
Indium-111-Girentuximab SPECT scan altijd beschouwd als maligne neoplasma van
de nier, meest waarschijnlijk een heldercellig NCC of afstandsmetastase
daarvan.
Doel van het onderzoek
Het primaire doel is om de toepasbaarheid te evalueren van vroege therapie
effect evaluatie door het verrichten van vroege follow up beeldvorming na MR
geleide percutane cryoablatie van pT1a NCC. Secundair doel is om de uitkomsten
3 maanden na MR geleide percutane cryoablatie van dezelfde tumoren te
evalueren.
Onderzoeksopzet
Na inclusie ondergaat patënt een pre procedurele Indium-111-Girentuximab-DOTA
SPECT scan (extra) waarna de behandeling middels cryoablatie zal volgen
(conventioneel). In het geval van bewezen aankleuring van de tumor op de pre
procedurele Indium-111-Girentuximab-DOTA SPECT scan zal deze scan 4-6 weken na
de behandeling herhaald worden (extra). Rond dezelfde tijd zal de eerste follow
up MRI gemaakt worden (extra). De volgende beeldvorming vindt vervolgens plaats
3 maanden na de behandeling middels MRI (conventioneel), hierna zal een biopt
genomen worden om de bevindingen van de beeldvorming te bevestigen (extra).
Inschatting van belasting en risico
Potentiële risico's bestaan uit complicaties van de MRI (last van
lichaamsopwarming en lawaai, risico van reactie op gadolinium contrast) en last
voor de patiënt in de zin van tijdsinvestering en fysieke ongemakken door de
biopsie en het inbrengen van een infuus voor de beeldvorming. In het verleden
zijn er geen allergische reacties tegen Girentuximab waargenomen. De
Indium-111-Girentuximab-DOTA SPECT scan gaat gepaard met minimale blootstelling
aan straling (intraveneuze injectie van 100 MBq Indium-111-Girentuximab-DOTA en
een lage dosis CT scan gemaakt bij de SPECT CT resulteren in een effectieve
dosis van 8.3 mSv). Biopsie is geassocieerd met weinig morbiditeit en met de
tegenwoordig gebruikte techniek is het risico op seeding van tumorweefsel
verwaarloosbaar. Het voornaamste risico bestaat uit een spontaan resorberend
subcapsulair/perinefrisch hematoom en passagere hematurie. Meer ernstige
bloeding is zeldzaam (0-1.4%) en behoeft over het algemeen ook geen
behandeling.
Publiek
Geerte Grooteplein-Zuid 10
Nijmegen 6525GA
NL
Wetenschappelijk
Geerte Grooteplein-Zuid 10
Nijmegen 6525GA
NL
Landen waar het onderzoek wordt uitgevoerd
Leeftijd
Belangrijkste voorwaarden om deel te mogen nemen (Inclusiecriteria)
ouder dan 50 jaar;
Ten minste één onbehandelde T1a tumor van één nier (tumor <= 4 cm in grootste diameter);
Getekend goedgekeurd informed consent formulier.
Belangrijkste redenen om niet deel te kunnen nemen (Exclusiecriteria)
Relatieve contra indicaties voor MR beeldvorming (metaal instrument of lichaamsvreemd materiaal in situ);
Zwanger of geeft borstvoeding;
Bekende overgevoeligheid of HACA tegen Girentuximab.
Opzet
Deelname
In onderzoek gebruikte producten en hulpmiddelen
Opgevolgd door onderstaande (mogelijk meer actuele) registratie
Geen registraties gevonden.
Andere (mogelijk minder actuele) registraties in dit register
Geen registraties gevonden.
In overige registers
Register | ID |
---|---|
CCMO | NL48292.091.14 |